Schaakclub Hoogeveen

vorige: Roken, Niet roken ? ] - [ Overzicht ] - [ volgende: Essent toernooi2005: Amateurs 2  ]

Essent Toernooi

Van 21 t/m 29 oktober was Hoogeveen voor de negende maal schaakstad van Nederland door het internationaal vermaarde Essent schaaktoernooi. In deze prachtige reeks volgt hopelijk in 2006 nummer tien!

Het is steeds weer een machtige ervaring om zelf actief mee te doen - ook op amateurniveau - ditmaal voor het record-aantal van 18 leden van onze club. Voor mijzelf was het de 7-de keer.

Vanwege het sterk groeiende aantal aanmeldingen (120) besloot men de amateurgroep te splitsen. De raadzaal kan namelijk hoogstens 80 schakers herbergen. Zodoende kwam er een amateurgroep 2 met ca. 40 spelers, die al om 10.00 uur 's morgens moesten opdraven, en vervolgens om 15.00 uur 's middags een amateurgroep 1 in dezelfde (al danig verhitte) zaal met 80 deelnemers.

Am.groep 2 was open voor al wie maar schaken kon, behalve voor spelers met een rating van boven de 1650 Elopunten. In Am.groep 1 kon men ook met een rating beneden de 1650 meedoen. Zo'n twintigtal dapperen koos daarvoor onder wie Marc Snuverink.

Het nadeel van deze tweedeling was niet alleen dat de middaggroep een uur later begon, maar ook dat het speeltempo aanzienlijk werd bekort. Je kreeg gelukkig gewoon 2 uur voor de eerste 40 zetten; maar daarna slechts een kwartier in plaats van een vol uur voor de rest van de partij. Het door mij verfoeide uitvluggeren dus. Zonde van het urenlange serieuze denkwerk wanneer dat zomaar dramatisch kan uitlopen op een foutengala. Zo verloren o.a. Sadallah en ik helaas kostbare punten.

In groep 1 speelden 6 "Hoogeveners". In groep 2 deden 12 clubgenoten mee. Beide 9 ronden.

Mijn verslag betreft voornamelijk de eerste groep, waar ik zelf in meedeed. Van wat er 's morgens gebeurde volgden wij enkel de uitslagen. Ton Kelfkens was uitstekend bezig. Dat zagen we wel!

Het is duidelijk dat ten gevolge van de afsplitsing het niveau van Am. groep 1 aanzienlijk hoger lag dan in vorige jaren. Voor spelers als ik een loodzwaar toernooi, maar daardoor niet minder boeiend en leerzaam. Ik geef nu eerst de eindresultaten van ons zestal.

Achtereenvolgens : naam; eigen start-rating; plaats in de eindrangschikking; score; gemiddelde rating van de tegenstanders; en als gewogen resultaat de zg. toernooi-prestatie.

NaamStartratingEindstandscoreRat.TgstTPR
Osama Sadallah203410618721998
Christiaan Mol1872354,518611861
Anky Lunenborg167450417591670
Klaas v/d Sluijs1751573,518211741
Marc Snuverink1609643,517161636
Gert Jansen1716663,516781598

Dit overzichtje bevat al veel informatie. Voor ieder van ons is dat ingekleurd met hachelijke momenten, verbluffende vondsten, halsbrekende avonturen en een enkel happy hour. Wat kan schaken schitterend zijn ondanks alle schade en schaamte.

Al met al schoten we ditmaal toch ietwat tekort. We eindigden allemaal met een toernooiprestatie beneden onze eigen rating, de één meer, de ander minder, met Marc als verfrissende uitzondering.

Osama begon na het obligate puntje in de eerste ronde matig met een remise tegen Christiaan en onnodig verlies tegen Boen Tan (1920). Maar er volgde een daverende inhaalrace van 4 winstpartijen op rij! Eerst velde hij Anky en mij (wat een pech om de eerste 5 ronden een soort interne Hoogeveense competitie te spelen), daarna ook de man met de hoogste rating Ben Poelstra (2099) en Joan Reinders (1881). Toen kwam de kink in de kabel. In de voorlaatste ronde stuitte hij op Herman Voss (1937). De door Osama indrukwekkend gespeelde partij, waarin hij glad gewonnen kwam te staan, ging in de (uitvlugger-)tijdnood teloor. De remise in de slotronde met Dick Stavast (1955) was niet meer relevant.

Ontzettend jammer. Onze kopman had de toernooizege zonder meer voor 't grijpen. Nu werd de Emmenaar Voss (gestart als nr.16) verrassend kampioen. Dik verdiend natuurlijk met een imposante toernooiprestatie van 2148, meer dan 200 punten boven wat van hem mocht worden verwacht.

Christiaan begon met winst op Clermonts, hield Osama op remise, leed toen twee nederlagen tegen Ebels (2022) en Davids (1991), snoepte Marc een puntje af, won van Hagar Bos (1807), verloor ook van Tan, maar haalde in de 8-ste ronde een spectaculaire winst op Johan Adema (1892). Het verlies tegen Weverling (1851) op de slotdag is voor de statistieken. Een score van 50% is zeker eervol. Het was vrijwel wat op grond van zijn rating verwacht mocht worden. Toch keek hij bepaald niet blij. Begrijpelijk gezien de 5,5 punt en de fraaie 15-de stek van 2004. Volgend jaar revanche.

Anky scoorde vier punten. Bravo! Dat konden Gert en ik haar niet nadoen. Het illustreert dat zij toch weer bezig is het plezier in het schaken te hervinden. Ze leverde bovendien als gastvrouw in deze week nog een heleboel prestaties extra. Waarvoor mijn groot respect.

Schaaktechnisch was het wellicht iets minder glorieus, maar wie zou haar het kadopunt in ronde 8 (tegenstander niet verschenen) misgunnen? Na zes ronden stond ze pas op 2 punten, maar ja, o.a. Osama kwam langs, en voor remises tegen Hondema (1814) en Burgers (1728) hoef je je bepaald niet te schamen. In ronde 7 zagen we Anky op haar best : een mooie overwinning op oud Kamer-voorzitter en lid van de Raad van State Dick Dolman. Dat geeft de gewone burger moed.

Het verlies in de slotronde tegen Ruud Winkel (1807) was aanvaardbaar. Het valt op dat Anky nogal sterke tegenstanders kreeg en tegen spelers met gemiddeld bijna 100 punten hogere rating moest opboksen. Hetzelfde geldt voor Marc en in wat mindere mate voor ondergetekende. Anky finishte met een toernooiprestatie praktisch gelijk aan haar eigen rating. Daar kun je best mee voor de dag komen.

Marc scoorde evenals Gert en ik 3,5 punt. Voor ons als oude rotten een teleurstelling, voor Marc als "coming man" een opsteker. Hij begon met Carla Bruinenberg, tweevoudig oud-landskampioene, met nog altijd een rating van1861 (tegen Marc 1609). Een leuke ervaring en het verlies is dan acceptabel. Idem in ronde 2. Ronde 3 bracht het eerste halve punt; ronde 4 de eerste winst en wel op Stef van Kesteren (1780). Helaas moest hij toen bij Christiaan te biecht, maar in de resterende vier ronden scoorde hij 50% (2 plus-remises en een winstpartij). Een veelbelovend debuut!

Gert was niet echt in goeden doen. In de eerste zes ronden bakte hij er gewoon niks van (1,5 punt).

Gelukkig revancheerde hij zich met een eindsprint van 2 uit 3. Slechts driemaal trof hij redelijk sterke tegenstanders (Marc Naalden, Johan Adema en Stef van Kesteren). Een toernooiprestatie van onder de 1600 is ver beneden de stand van onze oud-voorzitter en oud-kampioen. Maar onderschat hem vooral niet in de competitie : een Jansen komt altijd terug.

Tot slot ik zei de gek. Als mijn privé-verhaal u interesseert:
Ronde 1 - de nr. 5 : Michaël de Vrieze (2032). Een dijk van een partij. Ik heb verloren gestaan, maar met vindingrijk spel kon ik nog net ontsnappen. Remise dus.
Ronde 2 - de nr. 10 : Peter Monté (1985). Ik verknoeide de opening; kwam onder zware druk, maar na een taaie verdediging lukte het me opnieuw een halfje uit het vuur te slepen.
Ronde 3 - Dick Dolman (1599). De rollen omgekeerd; ik liet hem ontsnappen met remise.
Ronde 4 - Ik overspeel mijn zwakke tegenstander (Theo Rellum, 1519) en kom op 2,5 uit 4.
Toen was het helaas uit met mijn heldendaden. Uit de volgende 5 partijen haalde ik zegge 1 punt…

Ronde 5 - de nr. 4 (2034) : logisch verlies, zoals meestal tegen Osama. Maar onlogisch was mijn falen achtereenvolgens tegen Weverling (1851) doordat ik een venijnig tussenzetje overzag; en tegen de nr. 12 Naalden (1962), door pure schaakblindheid (vermoeidheid?), al had ik intussen nog netjes een punt gepakt tegen Schrijvers (1547).

Dan de slotronde. Ik wilde perse nog wat aan mijn belabberde score doen. Het werd tegen Fox Hemminga (1858) een spannende partij. Hij wilde geen remise en offerde een pion hetgeen leidde tot een ware bestorming van mijn koning. Ik pareerde het aardig en haalde de eerste tijdscontrole. We kwamen tenslotte in een eindspel waarin ik een toren, een paard en een pion had tegen zijn dame. Jammer genoeg zakte ik bij het uitvluggeren rond de 70-ste zet door het ijs. Hadden we zoals vroeger rustig kunnen uitspelen dan was het hoogst waarschijnlijk minstens remise geweest. Soit.

Dat neemt niet weg dat ik redelijk tevreden op dit toernooi en op mijn eigen spel terug zie.

Klaas van der Sluijs