Schaakclub Hoogeveen

vorige: Niet gehoord! ] - [ Overzicht ] - [ volgende: Zitten! ]

In het clubblad heeft Geert Krol in december 1997 een terugblik geschreven op zijn tijd bij de club in de periode 1937-1997.

Zestigjarig schaakjubileum

Op 7 december 1937 werd door de nog zeer jonge schaakclub van Hoogeveen (officieus begonnen in 1928, in 1929 officieel als vereniging met statuten e.d. opgericht) gestart met een jeugdafdeling. Bij de zes leden, die zich hiervoor meldden, was ook mijn persoontje, enkele weken daarvoor net 15 jaar geworden.

Bij het verschijnen van deze Aan Zet is het dus 60 jaren geleden, dat ik lid van onze club ben geworden. Deze poging tot het vormen van een jeugdafdeling is overigens jammerlijk mislukt. Al vrij spoedig hadden 5 leden bedankt, zodat ik met nog een naderhand gekomen nieuw lid, als enigen overbleven. De jeugdafdeling werd toen maar opgeheven en de twee jeugdigen werden tot volwaardig lid gepromoveerd.

Ik had het schaken slechts enkele maanden daarvoor geleerd van Jan Dekker (gefusilleerd bij Woeste Hoeve als verzetsman, waarom er een Jan Dekkerstraat naar hem genoemd is), die het zelf enkele weken daarvoor van iemand anders geleerd had. Het was in de tijd, dat Euwe furore maakte, wat het schaken in Nederland destijds tot enorme opbloei bracht. Jan Dekker was mijn collega op het laboratorium van de Zuivelfabriek en wij hadden in de voorzomer van 1937 als leerlingen van dezelfde school beiden ons MULO diploma behaald. Hij gaf zich ook op als lid van de jeugdschaakafdeling, maar moest om mij nu niet meer bekende redenen al gauw afhaken.

Het is dus 60 jaar geleden, dat ik lid werd van onze schaakclub. Dat wil echter niet zeg­gen, dat ik 60 jaar lid geweest ben van de club. Van begin 1943 tot aan de hervatting der club­werkzaam­heden na de bevrijding in 1945 was ik wegens aanwezigheid elders uiter­aard geen lid. In die oorlogsperiode heeft de club echter ook twee seizoenen geen activi­teiten ontplooid, zodat ik in feite maar één jaar gemist heb. Daarna ben ik van ongeveer 1954 tot 1960 ook geen lid geweest, daar op de dinsdagavond, die toen dus ook al de club­avond was, enkele vrienden me meenamen naar een sportclubje voor amateurs, de Anti Buik Club geheten.

Omstreeks 1960 kreeg ik echter een nieuwe buurman, de oudere clubleden allen welbekende B.van Herksen. Hij was vanaf de oprichting tot aan zijn vertrek naar elders in 1936 lid geweest en wilde nu na zijn terugkomst uit Curaçao als gepensioneerde (op 50 jarige leeftijd!) weer naar zijn oude club terug en trok mij daarbij in zijn vaarwater mee. Sinds dien ben ik ononderbroken lid van de club gebleven.

Deze B.van Herksen is zegge en schrijve 14 maal clubkampioen geworden, zodat onze huidige kampioen nog wel enkele jaren vooruit kan om dit record te breken. In het sei­zoen 1969/1970 was hij kennelijk niet op dreef, want tot mijn grote verbazing haalde ik toen de wisselbeker bij hem weg, terwijl hij daarvoor en daarna steeds deze trofee in huis had. Dit was de enige onderbreking in de periode van 1967/68 tot 1980/81. Nadien ging bij hem ook de leeftijd gelden, zodat hij niet meer aan bod kwam en ook al vrij gauw daarna niet meer op de club schaakte.

In het seizoen 1984/85 hadden blijkbaar de echt goede schakers van onze club een black-out, want toen viel mij ook de eer te beurt om de eerste van dat seizoen te eindigen

.

Als ik het gehele clubgebeuren zo eens langs me heen laat gaan, dan valt het me op, zulks in tegenstelling met de vele veranderingen, die in maatschappij en denkwereld in deze periode van 60 jaar plaats vonden, de schaakclub en schaakavond nagenoeg gelijk gebleven zijn. Er is geen wezenlijk verschil tussen toen en nu.

Wat leeftijdsopbouw betreft is nu het percentage 70 plussers wel groter dan tevoren, wat trouwens ook voor de zeer jeugdigen geldt. In 1937 waren er, achteraf door mij inge­schat, geen of hooguit één enkele boven de 50 jaar! op een aantal leden van ruim 30.

De materiële vooruitgang van onze maatschappij vinden we bij de club wel terug in het groter aantal klokken dat we in eigendom hebben. In de beginjaren kon er lang niet door iedereen op de klok gespeeld worden. Ik herinner me nog een wedstrijd met de oude heer Voerman. (zijn zoon was nl. ook op de club). We hebben toen wel een uur ge­speeld in een overigens lege zaal, daar alle andere leden reeds vertrokken waren. Ik stond beter, maar Voerman deed stug door, totdat ik zo ongeveer op het midder­nach­telijk uur de door hem lang verwachte blunder maakte, waarna ik meteen op kon geven en eindelijk naar huis kon gaan.

Een verder technisch verschil tussen toen en nu is het vervoer voor de Nosbo­wedstrijden. Deze vonden pas na 1946 plaats en in de beginjaren gebeurde dat per ge­charterde autobus, omdat het aantal personenauto's bij de leden nog te klein was om in eigen behoefte te voorzien.

Wat verder wel veranderde was de speellocatie. Onze schaakavonden vonden in 1937 plaats in hotel Frederiks aan de Hoofdstraat (nu Halfords), vanaf 1946 gedurende een lange reeks van jaren in Hotel Homan bij het station, daarna enkele jaren in de Tamboer, weer daarna enkele jaren in het Jannes van der Sledenhuis en nu al weer vele jaren op ons huidig trefpunt.

In deze periode van 60 jaar heb ik de vereniging ook enkele jaren als bestuurslid en als intern competitieleider mogen dienen. Vooral dat laatste baantje gaf veel werk, omdat van­­wege het gevoerde moyenne-systeem na ieder ronde de nieuwe gemiddelden moes­ten worden berekend en omdat de computer thuis toen nog verre toekomstmuziek was, moest dat alles met het blote hoofd en de pen gebeuren. Aan het eind van de competitie werden diegenen, die minder dan 15 wedstrijden gespeeld hadden "gediskwalificeerd", wat betekende dat al hun wedstrijden uit de uitslagen verwijderd moesten worden, waar­door weer een geheel nieuwe berekening plaats moest vinden. Al met al wel veel werk, maar we hebben het gered.

Aan het eind van mijn verhaal wil ik de schaakclub nog veel succes toewensen en ik hoop ook nog eens een volgend schaakjubileum te vieren.

Geert Krol